Ontwerpvraagstukken voor de data samenleving

Een van de meest markante ontwikkelingen van dit moment is de snel voortschrijdende dataficering van de samenleving: alles wat we doen wordt uitgedrukt in data. Door internet is alles bovendien met alles verbonden; daarom wordt ook wel gesproken over het Internet of Everything of het Allternet.
De implicaties daarvan zijn verregaand: aan de ene kant ongekende mogelijkheden en spannende nieuwe oplossingsrichtingen voor maatschappelijke uitdagingen, aan de andere kant onbedoelde en soms ongewenste effecten. In filosofisch opzicht raken deze ontwikkelingen de fundamenten van ons mens-zijn: wat betekent leven in de datasamenleving bijvoorbeeld voor onze menselijke autonomie?

Hoe kunnen we  op een verantwoordelijke manier omgaan met gegevens van allerlei kaliber, die in hun onderlinge verbondenheid leiden tot een vaak radicale transparantie van mensen? In veel discussies over IoT  – en zeker in de recente hype rond smart cities – worden deze issues meestal slechts oppervlakkig geadresseerd zonder fundamentele reflectie op wat voor soort samenleving we voor ons zien en welke ontwerpvraagstukken dat met zich mee brengt. Iedereen ziet wel dat bijvoorbeeld privacy een belangrijk thema is, maar vaak blijft het bij die constatering.
Ethische kwesties worden vaak geframed als een rem op innovatie. Het is veel productiever om dit soort vragen als ontwerpvragen te benaderen en niet als gewichtige issues  waar een ethiekcommissie een oordeel over moet vellen. We moeten toe naar vormen van samenwerking (bijvoorbeeld in het onderwijs) waarin het ontwerpen van privacy niet puur een juridische kwestie is, maar als uitdaging voor creatieven wordt benaderd of de vraag ‘hoe kun je ethiek programmeren?een sleutelvraag wordt voor IoT developers.